zondag 6 november 2016

MUZIEK - GRAFISCH PARTITUUR

Kinderen kunnen op verschillende manieren met muziek omgaan. Zo is een grafisch partituur misschien niet de bekendste maar werkt wel heel goed voor kinderen. Met een grafisch partituur leren kinderen door middel van plaatjes of woorden een muziekstuk te maken. 

Mijn grafisch partituur gaat over het alfabet. Mijn stagegroep heeft hier geen moeite mee, maar vinden spelling en taal niet de leukste vakken. Nu wil ik door middel van muziek laten zien dat letters wel leuk kunnen zijn. En daardoor spelling en taal ook leuker maken. 



Klank
Er zijn verschillende lengtes qua klanken. De aaAA is bijvoorbeeld een lange klank, maar de C weer een korte. Ook is er verschil in hoog en laag. Door middel van een lijn of dat de letters een lijn vormen wordt aangegeven of de klank omhoog of omlaag gaat. Daarnaast is er onderscheid tussen hard en zacht. De harde klanken zijn de grote letters, zoals de C, E, of de Z. De zachte klanken zijn de kleinere letters, zoals de D of de G. De klanken worden afgewisseld door klappen of op het eind met het stampen van de voeten op de grond.

Vorm
Doordat er geen herhaling in zit, maar wel veel variatie in hoog/laag of hard/zacht blijft het stuk toch aantrekkelijk om te luisteren. Het wordt niet saai. 

Betekenis
Iedereen kent het alfabet in groep 6. Maar de kinderen vinden de letters maar saai, daarom door middel van muziek probeer ik de kinderen enthousiast te maken voor taal en spelling. 

Mijn grafisch partituur is dus geschikt voor groep 6, de bovenbouw dus. Je ziet verschillende kleuren, dit geven verschillende groepen aan. Als opwarming kan je de partituur eerst een keer met de hele klas doen, waarbij iedereen dus hetzelfde geluid maakt. Hierna kan je de kleuren gaan gebruiken. De ene helft van de klas doet het blauwe deel en de andere helft het paarse deel. Het oranje deel doet de hele klas samen. Dit zorgt ervoor dat de kinderen goed moeten blijven opletten wanneer ze een klank moeten maken. Gaat dit goed, kan je de kleuren omwisselen of het in 4 verschillende groepen doen. Je krijgt dan een canon partituur. 

Feedback:
Ik heb voor deze opdracht feedback aan mijn moeder gevraagd. Ze vond het een erg origineel idee door het alfabet er zo in te betrekken. Wel vond ze de opdracht misschien wat te makkelijk voor groep 6. Daarom heb ik er verschillende kleuren aan toegevoegd en uiteindelijk zelfs nog een canonvariant. Ik heb de canonvariant eerst voorgelegd en ze was er erg enthousiast over. Dus heb ik ook dat uiteindelijk nog toegevoegd, waardoor het nu een grafische partituur geschikt voor de bovenbouw is geworden.

Ik hoop dat jullie mijn blogpost weer leuk vonden om te lezen!
Juf Danielle

MUZIEK - LIEDJE AANLEREN

Het liedje wat ik de kinderen ga aanleren is het liedje: de verliefde stieros!

Inleiding
Voor het aanleren van een liedje moet je zorgen voor een ontspannen en goede sfeer in de klas. Ik vraag daarom de kinderen om in een kring te komen zitten. Ze hoeven niks mee te nemen, zo worden ze ook niet afgeleid tijdens het zingen. Als inleiding op het zingen van het liedje doe ik eerst 2 luisteropdrachten met de klas. De eerste: ik laat het liedje horen en de kinderen klappen mee op het moment waar het staat aangegeven. Dit laat ik van te voren zien. Zo leren de kinderen het liedje al een beetje kennen en gaat het aanleren hierna makkelijker. De tweede opdracht is het klappen, maar hierbij roepen de kinderen ook 'olé' op de aangegeven plekken. Ook dit geef ik weer van te voren aan. Hierdoor moeten de kinderen goed naar de tekst luisteren, zodat ze weten wanneer ze moeten klappen of 'olé' moeten roepen. 

Kern
De kinderen hebben het liedje ondertussen 2 of 3 keer gehoord. Ze kennen de tekst al een beetje. Ik begin met het aanleren van het refrein. Ik zing het voor en de kinderen zingen het na. Dit oefenen we eerst apart, daarna gaan we verder met de coupletten. Voor het aanleren van de coupletten zet ik wat kernwoorden op het bord. Zo weten de kinderen wat ze moeten zingen, maar kunnen ze niet afgeleid worden door een papier in hun handen. Ook nu zing ik het weer voor en de kinderen na. Zodra de kinderen het couplet kennen, zingen we het hele liedje met de klas.

Afsluiting

Nadat de kinderen het liedje kennen gaan we er bewegingen bij bedenken. Bij het la la la stukje kan je veel bewegingen bedenken. Ik laat het de kinderen zelf bedenken en oefenen het samen in de klas. Tot slot zingen we nog 1 keer het hele liedje met het klappen en de 'olé' van het begin er ook bij. En natuurlijk de nieuw bedachte bewegingen tijdens het refrein. 

Hieronder mijn ingezongen stukje, de begin noot is de B.



Bedankt weer voor het lezen!
Juf Danielle

BEELDEND - GLVF BOETSEREN

Opdracht omschrijving: het boetseren van een wachtend persoon

1. Onderwijsdoel

Betekenis
De opdracht is het maken van een wachten persoon door middel van 1 stuk klei. We gaan dus boetseren.
Ieder kind moet wel eens wachten, deze houding is dus wel bekend. Toch bespreken we kort wat de kenmerken van een wachtend persoon zijn.

Vorm

De persoon is driedimensionaal. Je kan het oppakken en weer neerzetten, het is ruimte innemend. 

Materie

We gaan voor deze opdrachten maar 1 stuk klei per persoon gebruiken. Dit betekend dat je geen stukken klei eraan kan plakken. Verder hebben wij verschillende kleigereedschappen, voor de details. Wat water als je klei niet meer soepel genoeg is en een plankje voor onder de klei. Ook gebruiken wij voorbeeldplaatjes van wachtende mensen.

Beschouwing

Samen kijken we naar de voorbeeld plaatjes van wachtende mensen. Wat valt er op? Vaak zitten wachtende mensen onderuit gezakt, zijn de schouders laag en hebben ze een gesloten houding. Dit houdt in dat vaak de armen over elkaar heen zijn of ze leunen een beetje naar voren. 

Werkwijze

Ik laat de kinderen eerst een voorbeeld uit een andere klas zien. Dan leg ik uit hoe ze kunnen beginnen, eerst een blok maken en daaruit een hoofd halen. Dit doen we samen met de hele klas tegelijk. Vanuit dan werkt iedereen voor zich. Ik leg nog wel de nadruk op dat alles uit 1 stuk moet worden gemaakt. De kinderen mogen dus geen stukken eraan vast plakken.

Onderzoek

De kinderen werken nu allemaal zelfstandig aan hun wachtende persoon. Ik loop rond en kijk of iedereen zich aan de opdracht houdt. Ook geef ik tips en herhaal ik nog een keer de belangrijkste aspecten bij een wachtend persoon. Dus de lage schouders, gesloten houding en onderuit gezakt zitten.

2. Lesopbouw

Introductie
Ik laat de kinderen wat plaatjes van wachtende mensen zien. Ik vraag wat de kinderen opvalt qua houding. Dan laat ik een voorbeeld uit een andere klas zien en vertel ik dat we een wachtend persoon gaan boetseren. 

Informatie

Vervolgens vertel ik de kinderen hoe ze moeten boetseren. Ook vertel ik hier dat ze uit 1 stuk moeten werken en er dus geen stukken later bij kunnen plakken.

Instructie

Hierbij vertel ik ook welke materialen we gaan gebruiken. Ik laat eerst mijn eigen voorbeeld zien en vertel kort hoe ik dat heb gemaakt. Dan laat ik de materialen zien en beantwoord daar vragen over als die er zijn. Tenslotte leg ik uit hoe ze een stukje klei toch weer aan hun grote stuk kunnen plakken, mocht dit toch nodig zijn. Dit doe ik kort voor in de klas. 
Dan mogen de kinderen zelf aan de slag. De weekdienst deelt snel de spullen uit, duurt dit te lang vraag ik nog 2 kinderen om mee te helpen. Iedereen werkt voor zichzelf, maar er mag wel gepraat worden. Mochten er vragen zijn, moeten de kinderen hun vinger opsteken en kom ik naar ze toe. Ze blijven dus altijd op hun plek zitten.


Mijn eigen voorbeeld

Begeleiding

Ik loop rond en beantwoord de vragen. Hierbij let ik op dat ik niet te veel zelf ga voordoen, maar de kinderen eerst zelf laat nadenken. Mochten ze er echt niet uitkomen doe ik het kort voor en moeten ze het daarna zelf afmaken. 
Ook hier let ik weer op dat de kinderen uit 1 stuk blijven werken. Doen ze dit niet, spreek ik ze hierop aan.

Afsluiting

Ik laat iedereen zijn wachtend persoon op 1 tafel zetten. Dan bespreken we kort in de klas welke overeenkomsten en verschillen we zien. Ook vraag ik of de kinderen eraan hebben gedacht aan de dingen die we aan het begin van de les hebben verteld over wachtende mensen. Ik let goed of dit duidelijk terug te zien is in hun persoon. Dan laat ik de weekdienst alle spullen weer ophalen en moet iedereen zelf zorgen dat zijn tafel weer netjes is. De kleiwerken bak ik in de oven en zet ze later in de klas neer. Hierdoor weten de kinderen ook dat ze het niet voor niks hebben gemaakt en het dus niet gelijk wordt weggegooid.

Juf Danielle

MUZIEK - OPDRACHT LUISTEREN

Iedere dag hoor je geluid, vaak is dit ook muziek. Dit kunnen liedjes zijn of gewoon een deuntje van verschillende instrumenten. Maar kinderen horen vaak het geluid wel, maar echt luisteren doen ze vaak niet. Door middel van deze oefening leren kinderen beter naar muziek te luisteren en waar ze specifiek op kunnen letten.

Achtergrond informatie gekozen muziekstuk
Ik heb voor de luisteropdracht een muziekstuk van Offenbach gekozen. Het stuk heet: Can-Can Music. Can-Can is een high-energy en fysieke dans die al populair was in 1840. Toen werd het gezien als een music hall dans, maar nu zie je het nog steeds terug in de Franse cabaret vooral. Ook zie je deze muziek vaak terug in musicals.

https://www.youtube.com/watch?v=4Diu2N8TGKA

Het doel van deze les is kinderen beter naar de muziek te laten luisteren. Dit leer ik ze aan door middel van het stellen van vragen over het muziekstuk. Het stuk heeft geen zang en de vragen zullen dus vooral over instrumenten en de klank gaan. De vragen die ik de kinderen stel zijn naar aanleiding van het KVB-model. Het KVB-model staat voor klank-, vorm-, en betekenismodel.

Vraag 1: Welke instrumenten hoor je in de eerste 40 secondes?
De instrumenten lijken heel erg op elkaar, het zijn allemaal strijkinstrumenten maar de kinderen moeten leren om deze ook van elkaar te kunnen onderscheiden. Ook moeten de kinderen erop letten dat je een belletje tussendoor hoort. Dit wordt ook als instrument gezien.
Deze vraag gaat over de klank van het muziekstuk. De K uit het KVB-model.

Vraag 2: Hoe vaak wordt dit stukje herhaald? Ik laat een klein stukje horen, van 40 seconde tot 46 seconde. Dat is het stukje waar het om gaat, hierna laat ik het liedje afspelen
Het stukje wordt 6 keer herhaald, dus samen met het beginstuk 7 keer. De kinderen moeten hierbij opletten en onthouden hoe het stukje klonk en deze vervolgens weer herkennen in het hele stuk.
Deze vraag heeft te maken met vorm. Het gaat over herhaling in een muziekstuk, wat valt onder de V van de het KVB-model.

Vraag 3: Welke verschillen hoor je door het hele muziekstuk heen? Verschillen in hoog en laag? Of in hard en zacht?
Je hoort duidelijk verschil in hoog en laag. Het refrein is een stuk hoger dan het begin stuk. Ook is het refrein harder dan de stukjes ervoor en ertussen. De kinderen leren hierbij te luisteren naar verschil in klanken. Ze moeten hierbij klanken gaan herkennen en kunnen plaatsen.
Deze vraag hoort bij de klank van het KVB-model.

Vraag 4: Welke emoties roept dit muziekstuk bij je op? Denk je aan iets wat je hebt meegemaakt of juist aan wat je nog graag wilt doen in je leven?
Als voorbeeld kan je van te voren wat emoties vertellen, maar het is de bedoeling dat elk kind dit voor zichzelf bedenkt. Ieder kind heeft andere emoties en gedachtes. Het is een rustig nummer, maar je kan er juist ook heel blij van worden. Dit hangt helemaal van jouw muzieksmaak af. De kinderen moeten wel kunnen beargumenteren waarom ze iets voelen of juist niet voelen. Dit is gelijk een goede oefening voor het uiten van emoties.
Deze vraag heeft te maken met de betekenis van het muziekstuk. Het past dus bij de B van het KVB-model.

Door het stellen van vragen bij het luisteren naar een muziekstuk, doen kinderen actiever mee met de les. Hierdoor luisteren kinderen ook actiever naar het muziekstuk, wat ook het doel van deze les was. De vragen zetten de kinderen aan het denken en gaan ze beter luisteren naar de muziek.

Feedback:
Mijn zus heeft naar deze les gekeken. Ze vond het een erg goed uitgekozen muziekstuk, vooral voor de bovenbouw. Voor de onderbouw is die misschien wat te moeilijk, maar zou je de vragen kunnen aanpassen aan het niveau van de kinderen. Verder waren de vragen goed bedacht en vond ze dat de kinderen hierdoor inderdaad beter naar de muziek moesten gaan luisteren.

Dit was mijn luisteropdracht voor muziek. Hopelijk tot heel snel weer,
juf Danielle

BEELDENDE VORMING - OOST-INDISCHE INKT GEBRUIKEN

Opdracht omschrijving: monster van Loch Ness tekenen met Oost-Indische inkt en ecoline

Betekenis
Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt? Vertel daarbij ook welke associaties je hebt gehad bij het onderwerp.

De opdracht was het monster van Loch Ness zo eng mogelijk namaken met behulp van ecoline en Oost-Indische inkt. Bij een monster denk ik gelijk aan grote hoektanden, een ruwe huid en wat stekels op de rug. Ook denk ik aan donkere en ‘saaie’ kleuren.

Vorm
Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. Waar in het werk is dat goed te zien?
De tekening is gemaakt vanuit kikkerperspectief. dit zorgt ervoor dat het monster groter lijkt en daardoor dus ook enger wordt. Ook heb ik mijn monster enger gemaakt door middel van een huid van verschillende structuren. Dit zorgt ervoor dat het lijkt alsof zijn huid ruw is en dus niet aaibaar is.
Ik heb verder met kleur in de achtergrond ervoor gezorgd dat het lijkt alsof het nacht is. Dit maakt het monster ook weer enger, dan wanneer je hem overdag bij een zonnetje zou zien.

Materie 
Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je een nog andere materialen of gereedschappen willen gebruiken en zo ja waarom?
-          Oost-Indische inkt
-          Ecoline
-          Kroontjespen
-          Water
-          Penselen
-          Potlood
-          Stuk stevig papier
Ik had al eerder met Oost-Indische inkt gewerkt. Dit was echter wel nog op de basisschool, dus moest ik weer even oefenen. Daardoor wist ik wel al hoe het werkte en had daardoor geen vlekken door de inkt.

De gebruikte materialen

Beschouwing
Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor gezet voor het werken met het materiaal en de techniek?
Mijn inspiratiefoto was een foto van het monster van Loch Ness. Ik heb de vorm aangepast waardoor hij nog enger werd. Ik heb vooral op de tanden en de vorm van het beest gelet. De huid heb ik zelf bedacht en dus niet van een foto afgehaald.

Mijn inspiratiefoto

Werkwijze
Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?
Ik heb dus al eens eerder met Oost-Indische inkt gewerkt. Dit was op de basisschool en toen vond ik het erg moeilijk. De inkt vlekt snel en kan grote vlekken geven. Omdat ik er al een keer mee had gewerkt, wist ik dat dit kon gebeuren. Dit is niet gebeurt en ik heb dus ook geen grote vlekken op mijn tekening. Ook had ik al eerder met ecoline gewerkt. Toch vond ik het lastig om in te schatten hoeveel inkt je echt nodig hebt, in verhouding met het water. Hierdoor werd de kleur soms niet helemaal zoals ik het zou willen.

Onderzoek
Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in het werkproces hebt gezet. Welke keuzes heb je gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?
Ik heb eerst de schetsen op papier gezet met potlood. Te beginnen met een horizon, vrij hoog omdat het uit kikkerperspectief bekeken wordt. Toen heb ik het monster getekend en hierbij enge details aangebracht. De basis staat op het papier en de volgende stap was het monster omtrekken met Oost-Indische inkt. Ook de huid heb ik hiermee aangebracht. De achtergrond heb ik getekend met ecoline. 

Schetsen met potlood

Het monster tekenen met Oost-Indische inkt

Het beest is klaar, nu de achtergrond

Selfie met het eindresultaat!

Wat vind je geslaagd?
Ik vind de Oost-Indische inkt erg geslaagd. Er zijn geen grote vlekken op het papier gekomen, waardoor het er strak en netjes uitziet. Ook vind ik dat mijn monster er eng uitziet, voornamelijk door zijn grote tanden en zijn ruwe huid.

Wat kon er beter?
De achtergrond met ecoline kon beter. Het was de bedoeling om bergen te creëren met een maan daartussen. Hierdoor zou het goed overkomen dat het nacht is. Helaas is dit minder goed uitgepakt. Dit komt voornamelijk doordat de kleuren niet goed zijn overgekomen en soms niet goed in elkaar zijn overgelopen. De volgende keer moet ik dus meer water bij de ecoline gebruiken.

Hopelijk hebben jullie mijn blogpost weer met plezier gelezen!
Tot snel,
juf Danielle

BEELDENDE VORMING - SCHILDEREN

Opdrachtomschrijving: herfstpark schilderen

Betekenis
Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt? Vertel daarbij ook welke associaties je hebt gehad bij het onderwerp.

Ik heb de inhoud, in dit geval een park, verwerkt door het te schilderen op een stuk papier. Zelf heb ik weinig herinneringen bij een herfstpark. Vroeger speelde ik wel vaak buiten en weet ik nog dat als het herfst was er veel bladeren op de grond lagen. Die bladeren hadden allerlei mooie kleuren. Vaak rood, oranje of soms geel of bruin.

Vorm
Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. Waar in het werk is dat goed te zien? 
-          Ruimtesuggestie en compositie
De horizon zit iets boven de helft van het papier. Doordat er diepte in de tekening moet worden gebracht, heb ik met lijnperspectief gewerkt. De boven vooraan zijn groter, maar wel in verhouding getekend in vergelijking met de achterste bomen. Deze staan in het echt verder weg en worden dus ook kleiner getekend. Doordat de bladeren wel allemaal op dezelfde hoogte worden getekend vind hier overlapping plaats. Dit zorgt voor nog meer diepte, ook door middel van kleur.
-          Kleur
Door de voorste kleuren feller en lichter te maken en de achterste donkerder te maken, creëer je een diepte effect. Omdat het thema herfst was, heb ik voor een kleurenfamilie gekozen tussen geel en rood. Deze kleuren komen het meest overeen met bruin, de kleur wat staat voor de herfst naar mijn idee. Ook zijn de kleuren achteraan minder gedetailleerd.

Materie
Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je een nog andere materialen of gereedschappen willen gebruiken en zo ja waarom?
-          een potlood
-          gum
-          dik papier
-          liniaal
-          waterverf
-          water
-          verschillende penselen
Ik vond het fijn materiaal. Schilderen vind ik leuk om te doen en met waterverf kan je mooie overlappingen maken. Wat in dit geval zeker belangrijk was voor de vorm. Ik heb geen andere materialen willen gebruiken. Met een potlood zette ik een lichte schets op het papier waarna ik met verf eroverheen ging.

De gebruikte materialen

Beschouwing
Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor gezet voor het werken met het materiaal en de techniek? 
Ik heb gebruik gemaakt van een plaatje van internet. Hierop stond een groot herfstpark, ik heb niet het hele plaatje nageschilderd. Dit omdat er te veel bomen opstonden en ik dit niet zou redden binnen de tijd. Ik heb gebruik gemaakt van lijnperspectief en hier ook vooral op gezocht tijdens het zoeken van voorbeeld plaatjes.

Mijn inspiratiefoto

Werkwijze
Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?
Ik heb al eens eerder met verf gewerkt. Daarom heb ik geen specifieke nieuwe dingen geleerd, maar ik heb mezelf hier wel verder in geoefend en meer wezen uitproberen. Ik vond het soms wel lastig dat je moest schilderen met veel water, je gebruikte al snel te veel verf en te weinig water.

Onderzoek
Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in het werkproces hebt gezet. Welke keuzes heb je gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?
Ik ben begonnen met het schetsen van de grote lijnen. Dit deed ik met een potlood. Als eerst de horizon met behulp van een liniaal en daarna de bomen in de goede verhoudingen door middel van lijnperspectief. Vervolgens ben ik de goede kleuren gaan mengen en begonnen met verven. Ik heb als eerst de boomstammen geschilderd en ben daarna verder gegaan met de grond. Tot slot heb ik de lucht zijn basis kleur gegeven en heb ik de bladeren getamponneerd met verschillende kleuren.

Het schetsen van de grote lijnen

De boomstammen schilderen

De basis staat op het papier, nu de details

Details zijn aangebracht bij de bomen

Het eindresultaat!



Wat vind je geslaagd?
Ik vind mijn manier van schilderen erg geslaagd. Door het tamponneren krijg je een goed effect alsof het echt bladeren zijn. Dit heb ik toegepast bij de bladeren aan de bomen, maar ook bij de bladeren op de grond. Daarnaast ben ik ook tevreden over de kleurovergangen en het verschil in diepte.

Wat kon beter?
De lichtinvallen en het creëren van het effect van de zon zou volgende keer beter kunnen. Er is weinig schaduw te vinden in mijn schilderij, terwijl dat op mijn voorbeeld wel degelijk aanwezig was.

Bedankt voor het lezen! Hopelijk tot snel,
Juf Danielle

dinsdag 13 september 2016

Welkom!

Goedenavond lieve allemaal!
Aller eerst, van harte welkom op mijn blog. Hier zullen jullie veel creatieve opdrachten op gaan zien. Er komen bijvoorbeeld muziekopdrachten aan, maar je kunt hier ook schilderijen en verschillende kunstvormen op verwachten.
Laat ik mezelf eerst even kort voorstellen:
Mijn naam is Danielle van der Leij. Ik ben 17 jaar en kom uit Vianen. Ik studeer aan de PABO op de HU. Ik vind het erg leuk om met kinderen om te gaan en de kinderen wat bij te brengen waar ze de rest van hun leven nog wat aan hebben! Mijn hobbies zijn korfballen, winkelen en de stad in met vrienden. Daarnaast werk ik nu 2 keer per week achter de kassa bij de makro, maar hoop ik over 4 jaar full-time voor de klas te staan!
Jullie zullen nog veel meer van mij gaan zien binnenkort, ik heb er elk geval heel veel zin in!
Liefs, Danielle