zondag 6 november 2016

MUZIEK - OPDRACHT LUISTEREN

Iedere dag hoor je geluid, vaak is dit ook muziek. Dit kunnen liedjes zijn of gewoon een deuntje van verschillende instrumenten. Maar kinderen horen vaak het geluid wel, maar echt luisteren doen ze vaak niet. Door middel van deze oefening leren kinderen beter naar muziek te luisteren en waar ze specifiek op kunnen letten.

Achtergrond informatie gekozen muziekstuk
Ik heb voor de luisteropdracht een muziekstuk van Offenbach gekozen. Het stuk heet: Can-Can Music. Can-Can is een high-energy en fysieke dans die al populair was in 1840. Toen werd het gezien als een music hall dans, maar nu zie je het nog steeds terug in de Franse cabaret vooral. Ook zie je deze muziek vaak terug in musicals.

https://www.youtube.com/watch?v=4Diu2N8TGKA

Het doel van deze les is kinderen beter naar de muziek te laten luisteren. Dit leer ik ze aan door middel van het stellen van vragen over het muziekstuk. Het stuk heeft geen zang en de vragen zullen dus vooral over instrumenten en de klank gaan. De vragen die ik de kinderen stel zijn naar aanleiding van het KVB-model. Het KVB-model staat voor klank-, vorm-, en betekenismodel.

Vraag 1: Welke instrumenten hoor je in de eerste 40 secondes?
De instrumenten lijken heel erg op elkaar, het zijn allemaal strijkinstrumenten maar de kinderen moeten leren om deze ook van elkaar te kunnen onderscheiden. Ook moeten de kinderen erop letten dat je een belletje tussendoor hoort. Dit wordt ook als instrument gezien.
Deze vraag gaat over de klank van het muziekstuk. De K uit het KVB-model.

Vraag 2: Hoe vaak wordt dit stukje herhaald? Ik laat een klein stukje horen, van 40 seconde tot 46 seconde. Dat is het stukje waar het om gaat, hierna laat ik het liedje afspelen
Het stukje wordt 6 keer herhaald, dus samen met het beginstuk 7 keer. De kinderen moeten hierbij opletten en onthouden hoe het stukje klonk en deze vervolgens weer herkennen in het hele stuk.
Deze vraag heeft te maken met vorm. Het gaat over herhaling in een muziekstuk, wat valt onder de V van de het KVB-model.

Vraag 3: Welke verschillen hoor je door het hele muziekstuk heen? Verschillen in hoog en laag? Of in hard en zacht?
Je hoort duidelijk verschil in hoog en laag. Het refrein is een stuk hoger dan het begin stuk. Ook is het refrein harder dan de stukjes ervoor en ertussen. De kinderen leren hierbij te luisteren naar verschil in klanken. Ze moeten hierbij klanken gaan herkennen en kunnen plaatsen.
Deze vraag hoort bij de klank van het KVB-model.

Vraag 4: Welke emoties roept dit muziekstuk bij je op? Denk je aan iets wat je hebt meegemaakt of juist aan wat je nog graag wilt doen in je leven?
Als voorbeeld kan je van te voren wat emoties vertellen, maar het is de bedoeling dat elk kind dit voor zichzelf bedenkt. Ieder kind heeft andere emoties en gedachtes. Het is een rustig nummer, maar je kan er juist ook heel blij van worden. Dit hangt helemaal van jouw muzieksmaak af. De kinderen moeten wel kunnen beargumenteren waarom ze iets voelen of juist niet voelen. Dit is gelijk een goede oefening voor het uiten van emoties.
Deze vraag heeft te maken met de betekenis van het muziekstuk. Het past dus bij de B van het KVB-model.

Door het stellen van vragen bij het luisteren naar een muziekstuk, doen kinderen actiever mee met de les. Hierdoor luisteren kinderen ook actiever naar het muziekstuk, wat ook het doel van deze les was. De vragen zetten de kinderen aan het denken en gaan ze beter luisteren naar de muziek.

Feedback:
Mijn zus heeft naar deze les gekeken. Ze vond het een erg goed uitgekozen muziekstuk, vooral voor de bovenbouw. Voor de onderbouw is die misschien wat te moeilijk, maar zou je de vragen kunnen aanpassen aan het niveau van de kinderen. Verder waren de vragen goed bedacht en vond ze dat de kinderen hierdoor inderdaad beter naar de muziek moesten gaan luisteren.

Dit was mijn luisteropdracht voor muziek. Hopelijk tot heel snel weer,
juf Danielle

Geen opmerkingen:

Een reactie posten