Inleiding
Voor het aanleren van een liedje moet je zorgen voor een ontspannen en goede sfeer in de klas. Ik vraag daarom de kinderen om in een kring te komen zitten. Ze hoeven niks mee te nemen, zo worden ze ook niet afgeleid tijdens het zingen. Als inleiding op het zingen van het liedje doe ik eerst 2 luisteropdrachten met de klas. De eerste: ik laat het liedje horen en de kinderen klappen mee op het moment waar het staat aangegeven. Dit laat ik van te voren zien. Zo leren de kinderen het liedje al een beetje kennen en gaat het aanleren hierna makkelijker. De tweede opdracht is het klappen, maar hierbij roepen de kinderen ook 'olé' op de aangegeven plekken. Ook dit geef ik weer van te voren aan. Hierdoor moeten de kinderen goed naar de tekst luisteren, zodat ze weten wanneer ze moeten klappen of 'olé' moeten roepen.
De kinderen hebben het liedje ondertussen 2 of 3 keer gehoord. Ze kennen de tekst al een beetje. Ik begin met het aanleren van het refrein. Ik zing het voor en de kinderen zingen het na. Dit oefenen we eerst apart, daarna gaan we verder met de coupletten. Voor het aanleren van de coupletten zet ik wat kernwoorden op het bord. Zo weten de kinderen wat ze moeten zingen, maar kunnen ze niet afgeleid worden door een papier in hun handen. Ook nu zing ik het weer voor en de kinderen na. Zodra de kinderen het couplet kennen, zingen we het hele liedje met de klas.
Afsluiting
Nadat de kinderen het liedje kennen gaan we er bewegingen bij bedenken. Bij het la la la stukje kan je veel bewegingen bedenken. Ik laat het de kinderen zelf bedenken en oefenen het samen in de klas. Tot slot zingen we nog 1 keer het hele liedje met het klappen en de 'olé' van het begin er ook bij. En natuurlijk de nieuw bedachte bewegingen tijdens het refrein.
Hieronder mijn ingezongen stukje, de begin noot is de B.
Bedankt weer voor het lezen!
Juf Danielle
Geen opmerkingen:
Een reactie posten