zondag 6 november 2016

BEELDEND - GLVF BOETSEREN

Opdracht omschrijving: het boetseren van een wachtend persoon

1. Onderwijsdoel

Betekenis
De opdracht is het maken van een wachten persoon door middel van 1 stuk klei. We gaan dus boetseren.
Ieder kind moet wel eens wachten, deze houding is dus wel bekend. Toch bespreken we kort wat de kenmerken van een wachtend persoon zijn.

Vorm

De persoon is driedimensionaal. Je kan het oppakken en weer neerzetten, het is ruimte innemend. 

Materie

We gaan voor deze opdrachten maar 1 stuk klei per persoon gebruiken. Dit betekend dat je geen stukken klei eraan kan plakken. Verder hebben wij verschillende kleigereedschappen, voor de details. Wat water als je klei niet meer soepel genoeg is en een plankje voor onder de klei. Ook gebruiken wij voorbeeldplaatjes van wachtende mensen.

Beschouwing

Samen kijken we naar de voorbeeld plaatjes van wachtende mensen. Wat valt er op? Vaak zitten wachtende mensen onderuit gezakt, zijn de schouders laag en hebben ze een gesloten houding. Dit houdt in dat vaak de armen over elkaar heen zijn of ze leunen een beetje naar voren. 

Werkwijze

Ik laat de kinderen eerst een voorbeeld uit een andere klas zien. Dan leg ik uit hoe ze kunnen beginnen, eerst een blok maken en daaruit een hoofd halen. Dit doen we samen met de hele klas tegelijk. Vanuit dan werkt iedereen voor zich. Ik leg nog wel de nadruk op dat alles uit 1 stuk moet worden gemaakt. De kinderen mogen dus geen stukken eraan vast plakken.

Onderzoek

De kinderen werken nu allemaal zelfstandig aan hun wachtende persoon. Ik loop rond en kijk of iedereen zich aan de opdracht houdt. Ook geef ik tips en herhaal ik nog een keer de belangrijkste aspecten bij een wachtend persoon. Dus de lage schouders, gesloten houding en onderuit gezakt zitten.

2. Lesopbouw

Introductie
Ik laat de kinderen wat plaatjes van wachtende mensen zien. Ik vraag wat de kinderen opvalt qua houding. Dan laat ik een voorbeeld uit een andere klas zien en vertel ik dat we een wachtend persoon gaan boetseren. 

Informatie

Vervolgens vertel ik de kinderen hoe ze moeten boetseren. Ook vertel ik hier dat ze uit 1 stuk moeten werken en er dus geen stukken later bij kunnen plakken.

Instructie

Hierbij vertel ik ook welke materialen we gaan gebruiken. Ik laat eerst mijn eigen voorbeeld zien en vertel kort hoe ik dat heb gemaakt. Dan laat ik de materialen zien en beantwoord daar vragen over als die er zijn. Tenslotte leg ik uit hoe ze een stukje klei toch weer aan hun grote stuk kunnen plakken, mocht dit toch nodig zijn. Dit doe ik kort voor in de klas. 
Dan mogen de kinderen zelf aan de slag. De weekdienst deelt snel de spullen uit, duurt dit te lang vraag ik nog 2 kinderen om mee te helpen. Iedereen werkt voor zichzelf, maar er mag wel gepraat worden. Mochten er vragen zijn, moeten de kinderen hun vinger opsteken en kom ik naar ze toe. Ze blijven dus altijd op hun plek zitten.


Mijn eigen voorbeeld

Begeleiding

Ik loop rond en beantwoord de vragen. Hierbij let ik op dat ik niet te veel zelf ga voordoen, maar de kinderen eerst zelf laat nadenken. Mochten ze er echt niet uitkomen doe ik het kort voor en moeten ze het daarna zelf afmaken. 
Ook hier let ik weer op dat de kinderen uit 1 stuk blijven werken. Doen ze dit niet, spreek ik ze hierop aan.

Afsluiting

Ik laat iedereen zijn wachtend persoon op 1 tafel zetten. Dan bespreken we kort in de klas welke overeenkomsten en verschillen we zien. Ook vraag ik of de kinderen eraan hebben gedacht aan de dingen die we aan het begin van de les hebben verteld over wachtende mensen. Ik let goed of dit duidelijk terug te zien is in hun persoon. Dan laat ik de weekdienst alle spullen weer ophalen en moet iedereen zelf zorgen dat zijn tafel weer netjes is. De kleiwerken bak ik in de oven en zet ze later in de klas neer. Hierdoor weten de kinderen ook dat ze het niet voor niks hebben gemaakt en het dus niet gelijk wordt weggegooid.

Juf Danielle

Geen opmerkingen:

Een reactie posten